Er is een bepaald akkoord dat onverbiddelijk opduikt zodra je blues of klassiek rockmateriaal in E gaat spelen. Het voelt in het begin hoekig aan, je vingers lijken elkaar in de weg te zitten en een open snaar begint steevast te kletteren op het verkeerde moment. Ja, we hebben het over het dominant-septiemakkoord op B. In notenschrift wordt die naam meestal afgekort tot B7. In deze gids leer je niet alleen de greep, maar vooral hoe je hem muzikaal inzet: van soepele wissels en nette demping tot ritmevariaties die meteen ‘plakken’ in een shuffle.
Waarom juist dit akkoord zoveel waard is
Functioneel gezien is dit akkoord de V7 in toonsoort E. Daarmee is het de motor van spanning en oplossing in ontelbare liedjes. In een klassieke 12-matenblues op E belandt hij op de maat 9 en 10. In pop komt hij terug als aandrijver richting de tonic, en in rock hoor je hem als brug naar een refrein. Wie dit akkoord beheerst, kan:
- Sneller schakelen tussen de drie kernakkoorden (I, IV, V) in E;
- Ritmische accenten leggen zonder dat het gaat rammelen;
- Compacte varianten spelen voor strakkere band-arrangementen;
- Improvisaties logisch laten landen, omdat je de spanningspunten kent.
De basisgreep, uitgelegd zonder ruis
We beginnen met de open greep. Noteer de snaren van laag (6) naar hoog (1). De standaard vingerzetting is:
- 6e snaar (laag E): niet aanslaan of licht dempen met de top van je wijsvinger;
- 5e snaar (A): 2e fret (middelvinger);
- 4e snaar (D): 1e fret (wijsvinger);
- 3e snaar (G): 2e fret (ringvinger);
- 2e snaar (B): open;
- 1e snaar (hoog E): 2e fret (pink).
Een paar microtips maken groot verschil:
- Speel zo dicht mogelijk tegen het fretstaafje aan (halskant), zonder er bovenop te liggen: minder druk, minder geknetter.
- Houd je pols iets naar voren en je duim ongeveer midden achter de hals. Te ver over de hals ‘haken’ drukt de 2e snaar vaak dicht.
- Laat de top van je wijsvinger de 6e snaar subtiel raken. Zo voorkom je dat hij per ongeluk klinkt.
- Laat de ringvinger als scharnierpunt fungeren. Bij veel wissels blijft hij op de 2e fret van de 3e snaar staan; dat geeft stabiliteit.
Dag-tot-dag plan: in een week naar vloeiende wissels
Met een gericht schema kom je sneller voorbij het gevoel van ‘vreemde vingers’. Houd elke dag 12–15 minuten vrij.
Dag 1 — Zuivere klank bouwen
- Pluk elke snaar los (van 5 naar 1) met de basisgreep gezet. Alles moet helder klinken.
- Check je demping op de 6e snaar. Als hij per ongeluk klinkt, pas je hoek van de wijsvinger aan.
Dag 2 — Van E naar de V7 en terug
- Zet E-majeur. Laat je middelvinger als ‘anker’ denken: van E (2e fret, 5e snaar) naar de greep hierboven wissel je alleen de overige vingers.
- Speel 4 maten E, 2 maten V7, 2 maten E. Herhaal met metronoom op 60 bpm, later 72 bpm.
Dag 3 — Naar A-majeur schakelen
- Speel 2 maten A, 2 maten V7. Focus: ringvinger blijft bij voorkeur liggen bij de wissel terug naar de V7.
- Experimenteer met een lichte palm-mute (rechterhand) op tel 2 en 4 voor groove.
Dag 4 — Shuffle-strum en accentpositie
- Strumpatroon: down (lang), up (kort) in swing feel. Denk “lang–kort, lang–kort”.
- Accentueer de tellen 2 en 4. De greep blijft staan; de rechterhand doet het werk.
Dag 5 — Demping en ruiscontrole
- Leer ‘dead strums’ in te voegen: tik de snaren met je rechterhandpalm licht aan net na een neerwaartse slag.
- Check opnieuw of de 2e snaar (open) vrij kan trillen. Vaak blokkeert de wijsvinger die per ongeluk.
Dag 6 — Compacte voicings
- Probeer een compacte vorm met alleen de 4e, 3e en 2e snaar: 4e snaar 4e fret, 3e snaar 4e fret, 2e snaar 3e fret (met grondtoon ‘gedacht’ op 5e snaar). Dit is een shell-voicing met terts en septiem die heerlijk door een mix snijdt.
- Schakel tussen deze compacte vorm en de open greep op de eerste en derde tel.
Dag 7 — Mini-performance
- Neem jezelf op met je telefoon: 12-matenblues in E met shuffle. Luister terug. Hoor je ruis op de 6e snaar? Zijn de accenten gelijkmatig?
- Maak een checklist en herhaal de zwakste maat drie keer.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze oplost
- Geplette vingertoppen: buig je eerste vingerkootjes meer, zodat je op de punt drukt. Te platte vingers dempen de open 2e snaar.
- Buzz op de 1e snaar: zet je pink dichter bij het fretstaafje en verhoog de drukkracht een fractie. Een halve millimeter naar voren kan wonderen doen.
- Chaos bij wissels: oefen ‘ghost switches’ zonder rechts te slaan. Zet en hef de greep 20 keer in slow motion. Spiergeheugen wint.
- Te luid meespelende 6e snaar: bouw een vaste dempgewoonte in met de wijsvinger van je linkerhand of de zijkant van je rechterduim.
Ritme en feel: van recht naar shuffle
Het akkoord zelf is slechts het begin. De groove bepaalt waar de muziek ‘ligt’. Probeer deze drie patronen en let op het verschil in feel:
- Rechte achtsten: D U D U D U D U (metronoom op 80 bpm). Ideaal om zuiverheid te checken.
- Shuffle: D . DU . DU . DU (denk “lang–kort”). Perfect voor blues op E.
- Backbeat-accenten: demp alle slagen behalve 2 en 4 licht, speel die iets harder. Hierdoor klinkt het strakker in een bandsetting.
Slimme plaatsingen in het halsvak
Naast de open greep is het handig om minstens twee verplaatsbare vormen te kennen voor dezelfde functie:
- Grondtoon op de 6e snaar, 7e fret: een ‘E-vorm’ dominant-septiem die je als barré speelt. Klinkt strakker en powerchord-achtig, bruikbaar voor rock.
- Grondtoon op de 5e snaar, 2e fret: een ‘A-vorm’ dominant-septiem (eveneens als barré te pakken). Warmer en voller in het middengebied.
Wissel tussen open greep en zo’n barré-vorm aan het einde van een frase. De korte verschuiving voelt als een ‘antwoord’ op je eigen zin en geeft dynamiek.
Spelen in context: zo klinkt het in de 12-matenblues
Een overzicht zonder letterakkoorden, zodat je je oren traint op functie. In E hoor je meestal dit patroon:
- Maat 1–4: I7 (E-gevoel)
- Maat 5–6: IV7 (A-gevoel)
- Maat 7–8: terug naar I7
- Maat 9–10: V7 (hier komt ons akkoord binnen)
- Maat 11: IV7
- Maat 12: I7 of V7 als turnaround
Tip: speel maat 9 op de open greep en maat 10 op de barré-vorm hogerop. Je krijgt direct een call-and-response idee en je hand leert beide vormen naadloos wisselen.
Voeg kleur toe: kleine uitbreidingen die groots klinken
- Toegevoegde 9: vervang op de 1e snaar de 2e fret door de 4e fret (let op de intonatie). Deze kleur werkt sterk als aanloop naar de I7.
- Suspended-achtige tik: hef kort de wijsvinger van de 1e fret (4e snaar) en zet hem direct terug op de volgende upstroke.
- Basloopje: loop met je 5e snaar van de 2e fret naar de 1e en terug (chromatisch) terwijl je de bovenste snaren aanhoudt. Klinkt als een compacte bas-gitaar dialoog.
Visueel leren: diagram en demonstratie

Probleem–oplossing voor specifieke situaties
“Mijn open 2e snaar is steeds te schel”
Verleg het slagpunt. Speel dichter bij de hals voor een ronder timbre of gebruik de zijkant van een dikkere plectrum (1,0–1,14 mm) en kantel hem 10–15 graden ten opzichte van de snaar.
“Oversturen met versterker: het wordt modderig”
Demp bewuster de bassen. Gebruik je rechterhandpalm net achter de brug om de 5e snaar te temmen, terwijl de 2e en 1e snaar open kunnen zingen. Een high-pass in je keten (80–120 Hz) helpt live.
“Barré-vorm vermoeit mijn hand”
Verplaats minieme kracht naar je schouder en onderarm. Knijp niet uit je duim; duw vanuit je elleboog licht naar voren. Controleer ook de halskromming en snaarhoogte: te hoge actie sloopt je uithoudingsvermogen.
Praktijktip: oefen in muzikale lusjes, niet in losse grepen
De snelste progressie komt als je micro-lussen speelt die lijken op echte muziek. Bijvoorbeeld:
- Vier-slag lus: E (2 slagen) → V7 (2 slagen) → A (2 slagen) → E (2 slagen). Herhaal en verhoog elke drie herhalingen 4 bpm.
- Accentlus: V7 (accent op 2 en 4) → demp → V7 (accent op 1 en 3) → demp. Zo leer je dynamiek sturen zonder van greep te wisselen.
- Duurte-lus: wissel lange en korte noten. Speel twee tellen aanhouden, dan vier korte strums. Je rechterhand wordt onafhankelijker.
Opnemen en evalueren: drie meetpunten
Zet elke week één take op metronoom of backing track en scoor jezelf op een schaal van 1–5 op:
- Zuiverheid: geen storende bijgeluiden, vooral op 1e en 2e snaar.
- Wissels: zijn de overgangen naar E en A hoorbaar vloeiend, zonder pauzes?
- Groove: blijven accenten op 2 en 4 constant, ook als je het tempo opkrikt?
Noteer één concrete verbeteractie (bijv. “duimpositie verlagen” of “metronoomvertraging op maat 10”) en voer die de volgende oefensessie door.
Samenvatting: wat je nu concreet kunt
- Je kent de open greep én minstens één compacte of verplaatsbare variant.
- Je wisselt zonder ruis naar E en A en houdt de 6e snaar onder controle.
- Je speelt drie ritmepatronen (recht, shuffle, backbeat) die live bruikbaar zijn.
- Je hebt een weekplan om gericht te blijven verbeteren en een methode om jezelf te beoordelen.
Blijf dit akkoord niet zien als een losstaande vorm, maar als een functie: het is jouw V7 in E die spanning creëert en weer loslaat. Als je hem op die manier oefent, merk je dat liedjes waarin hij voorkomt meteen logischer aanvoelen en beter grooven. En voordat je het weet, zijn die aanvankelijk ‘rare vingerposities’ gewoon je comfortabele thuishaven geworden.












Visit Today : 17
Visit Yesterday : 24
This Month : 267
This Year : 267
Total Visit : 7231
Hits Today : 54
Total Hits : 16555
Who's Online : 1